Net vol, toch een aansluiting? Met deze nieuwe flexibele contracten kan het

Het Nederlandse elektriciteitsnet zit voor veel bedrijven op slot. De wachtlijsten zijn lang, de rode kaart op de netcongestiekaart kleurt steeds groter, en uitbreiden lijkt voor velen geen optie meer. Toch is er goed nieuws: wie bereid is om flexibel met zijn energieverbruik of -opwek om te gaan, heeft nu meer keuze dan ooit. Drie nieuwe contractvormen maken het mogelijk om toch een aansluiting te krijgen — of meer uit je bestaande aansluiting te halen.
In een nieuwe aflevering van de Groene Zaken spraken Danny en Aljo met Mike ten Wolde, die bij TenneT werkt én de drijvende kracht is achter GOPACS: het IT-platform dat namens alle Nederlandse netbeheerders congestiemanagement coördineert. Hij legt uit hoe de nieuwe contractvormen werken, voor wie ze bedoeld zijn, en waarom één contract in Zeeland al een hele wachtrij vrijspeelde.
Eerst: wat is congestie eigenlijk?
Voordat je de contractvormen begrijpt, helpt het om te snappen wat congestie precies is — en wat het níet is. De bekende rode kaart op de netcongestiekaart van de netbeheerders laat niet de huidige congestie zien, maar de verwachte congestie als iedereen op de wachtlijst morgen tegelijk zou worden aangesloten. Dat nuance is belangrijk: er is dus vaak meer mogelijk dan die kaart suggereert.
Congestie zelf werkt zoals een file op de snelweg — met één cruciaal verschil. “Rijkswaterstaat kan zich een file veroorloven. Wij niet,” aldus Mike. “Want een file op het elektriciteitsnet betekent stilstaande elektronen — en dat betekent een black-out.” Netbeheerders moeten congestie dus altijd vóóraf managen, niet achteraf oplossen.
Firm vs. non-firm: de basis
Alle nieuwe contractvormen draaien om één fundamenteel onderscheid: firm of non-firm.
Bij een firm contract heb je gegarandeerde capaciteit. Als de netbeheerder toch een beroep op je doet — om meer of minder te produceren of af te nemen — ontvang je daarvoor een vergoeding per inzet.
Bij een non-firm contract geef je vooraf een deel van je zekerheid op. In ruil daarvoor krijg je het hele jaar door een aanzienlijke korting op je aansluitkosten. Je hoeft dus niet elke keer apart gecompenseerd te worden, want de korting is al ingecalculeerd.
De vier contractvormen uitgelegd
1. CBC — Capaciteitsbeperkend Contract (uitgefaseerd)
De CBC was de eerste stap richting flexibiliteit: de netbeheerder kon je in één richting beperken — óf in je productie, óf in je afname. Voor veel moderne installaties zoals batterijen en warmtekrachtkoppelingen (WKK’s), die beide kanten op kunnen, was dit te beperkt. De CBC wordt daarom nu vervangen door de CSC.
2. CSC — Capaciteitssturend Contract (nieuw, firm)
De CSC is de directe opvolger van de CBC en werkt twee kanten op. De netbeheerder kan je vragen om zowel minder te produceren als meer af te nemen — of omgekeerd. Je behoudt je volledige firm capaciteit en ontvangt een vergoeding per keer dat er een beroep op je wordt gedaan. Vanaf Q2 2026 is de CSC bij alle netbeheerders beschikbaar. Dit contract is geschikt voor vrijwel ieder bedrijf met enige vorm van regelbaar vermogen: van batterijen en WKK’s tot zonneparken en kassenbedrijven.
3. TDTR85 — TijdsDuurgebonden TransportRecht 85% (nieuw, non-firm)
Dit contract geeft je 85% van de tijd (circa 7.200 uur per jaar) volledige zekerheid over je transportcapaciteit. De overige 15%, maximaal zo’n 1.300 uur, kan de netbeheerder je vragen flexibel te zijn. Die beperking gaat altijd in slechts één richting, zodat je in de andere richting altijd kunt blijven handelen. In ruil daarvoor krijg je een korting op je nettarief die kan oplopen tot 60 à 65%.
Het resultaat tot verraste zelfs Mike: “Ik had verwacht dat het impact zou hebben — maar niet zo veel. We hebben nu zo’n 6 gigawatt onder de knoppen, en dat gaat waarschijnlijk naar 9.” Een mooi praktijkvoorbeeld: Air Liquide sloot dit contract af voor hun grote fabriek in Zeeland. Dat bedrijf is zo’n grote afnemer dat er door dit contract opeens veel meer flexibiliteit in het Zeeuwse net ontstond — waardoor een deel van de wachtrij daar kon worden vrijgegeven.
4. VVTR — Volledig Variabel TransportRecht (nieuw, non-firm)
De meest vergaande variant: 0% firm capaciteit. Je hebt in principe nooit een gegarandeerd recht op transport, maar je krijgt daarvoor ook de grootste korting op je aansluitkosten. De netbeheerder geeft wel een inschatting van hoe vaak en wanneer je beperkt kunt worden.
Dit klinkt risicovol, maar voor de juiste partij is het juist slim. RWE’s Maxima Centrale in Flevoland — een gascentrale met een 35 MW-batterij — is een goed voorbeeld. TenneT kon geen extra transportcapaciteit bieden, maar met een VVTR kon de batterij toch worden aangesloten. De centrale laadt de batterij op als de prijs ongunstig is of het net vol zit, en levert later. Zo optimaliseren ze hun aansluiting volledig zelf.
Overzicht
| Contract | Firm % | Richting | Vergoeding | Past bij |
|---|---|---|---|---|
| CBC (oud) | 100% | Één kant | Per inzet | Wordt uitgefaseerd |
| CSC (nieuw) | 100% | Beide kanten | Per inzet | Batterijen, WKK, zonneparken |
| TDTR85 (nieuw) | 85% | Één kant | Korting jaar-rond | Industrie, batterijen |
| VVTR (nieuw) | 0% | Beide kanten | Korting jaar-rond | Batterijen naast opwek |
Nu grootverbruikers, straks voor het MKB
De bovengenoemde contracten zijn vooralsnog vooral beschikbaar voor grootverbruikers op het midden- en hoogspanningsnet. Maar de lessen sijpelen door naar het MKB. Denk aan een agrariër met een staldak vol zonnepanelen die overdag nauwelijks meer opleveren. Een Congestie Service Provider (CSP) — een tussenpersoon die de techniek en contracten regelt — kan zo’n boer adviseren om een batterij te plaatsen. Die batterij laadt overdag op, dient ’s avonds als noodstroomvoorziening voor de ventilatoren in de stal, en levert tegelijkertijd flexibiliteit aan het net. Zo verdient de boer bij, ontlast hij het net, én maakt hij ruimte voor andere ondernemers in de buurt.






